De Heilige Geest pag. 1/7
De Heilige Geest
Een van de belangrijkste onderwerpen in de bijbel is de Heilige Geest Juist voor onze tijd is dit van belang omdat de bijbel vertelt dat er ook andere geesten zullen rondgaan om de gehele wereld te verleiden.
Wie of wat is de Heilige Geest?
In de bijbel wordt er gesproken over God de Vader, de Zoon (later geopenbaard in menselijke gedaante als Jezus Christus),en de Heilige Geest. Deze drie zijn een, ze vormen een éénheid, zijn volkomen in harmonie, zowel in denken, handelen en voornemen, en wordt veelal door ons uitgedrukt als drie-enige God. Vader, Zoon en Heilige Geest waren allen betrokken bij de schepping (Gen1:1,2), en zijn ook alle drie betrokken in het redden van de mens, van jou en mij. Geen sterfelijk mens heeft ooit God gezien, de bijbel zegt ook dat dit onmogelijk is.
“En ik zag uit de bek van de draak en uit de bek van het beest en uit de mond van de valse profeet drie onreine geesten komen, als kikvorsen; want het zijn geesten van duivelen, die tekenen doen, welke uitgaan naar de koningen der gehele wereld, om hen te verzamelen tot de oorlog op de grote dag van de almachtige God.” (openbaring 16:13,14)
Kennis is dus onontbeerlijk om onderscheid te kunnen hebben en tevens het wapen tegen verleiding. In deze studie zal kort op een aantal facetten worden ingegaan.
“Maar,’ zei hij, ‘mijn gezicht zul je niet kunnen zien, want geen mens kan mij zien en in leven
blijven.’” Exodus 33:20
Welke logische vraag stelden de discipelen dan ook aan Jezus? (Een vraag die ook wij dikwijls stellen en velen bezig houden)
“Ben Ik zolang bij u, Filippus, en kent gij Mij niet? Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien; hoe zegt gij dan: Toon ons de Vader? Gelooft gij niet, dat Ik in de Vader ben en de Vader in Mij is? De woorden, die Ik tot u spreek, zeg Ik uit Mijzelf niet; maar de Vader, die in Mij blijft, doet zijn werken. Gelooft Mij, dat Ik in de Vader ben en de Vader in Mij is: of anders, gelooft om de werken zelf.” Joh.14:9-11
“Filippus zeide tot Hem: Here, toon ons de Vader en het is ons genoeg.” Joh.14:8
Wat antwoordde Jezus daarop ?